Blog · 3 september 2026 · Sven Dresen
Is een vertrouwenspersoon verplicht?
Een vertrouwenspersoon is niet wettelijk verplicht. De Arbowet vraagt beleid. Wetsvoorstel 35.592 ligt stil, anders dan een klokkenluidersregeling.
De vraag is helder, het antwoord ook. Een vertrouwenspersoon is niet wettelijk verplicht. Wat er wél is, is een Arbowet die beleid vraagt, een wetsvoorstel dat stil ligt, en een andere wet die al geldt: de klokkenluidersregeling.
Wie "vertrouwenspersoon verplicht" intypt, landt vaak op pagina's die 2026 als ingangsjaar noemen. Dat is begrijpelijk. Het is niet wat de stand van de wet is. Wetsvoorstel 35.592 is door de Tweede Kamer aangenomen. Het ligt sindsdien stil in de Eerste Kamer. Er is geen koninklijk besluit, en dus geen datum waarop de aanwijzing van een vertrouwenspersoon een wettelijke plicht wordt.
Dat onderscheid is geen haarkloverij. Organisaties die hun beleid bouwen op een datum die er niet is, richten hun aandacht op papier. De drempel voor melders bestaat nu al. Die wacht niet op een stemming in de senaat.
Wat de Arbowet nu al van werkgevers vraagt
Artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet vraagt van werkgevers dat zij beleid voeren dat psychosociale arbeidsbelasting zoveel mogelijk voorkomt. Daaronder vallen werkdruk, en ook ongewenste omgangsvormen: pesten, intimidatie, agressie, discriminatie. Dat is geen nieuw artikel. Het staat er al.
De wet schrijft het doel voor, niet het middel. Een vertrouwenspersoon is een gangbare manier om dat beleid handen te geven. De Nederlandse Arbeidsinspectie vraagt bij inspecties naar de aanwezigheid en bereikbaarheid van een vertrouwenspersoon. Dat maakt de rol zichtbaar in het toezicht. Zichtbaar in het toezicht is nog niet hetzelfde als wettelijk voorgeschreven. Wie geen vertrouwenspersoon heeft, kan nog steeds aan artikel 3 voldoen. Wie er wél een heeft, is er nog niet als de functie onvindbaar is of intern zo dicht op het vuur zit dat niemand belt.
Sociale veiligheid op het werk is in die zin al een zorgplicht, ook zonder aparte aanwijzingsplicht. Ongewenst gedrag op het werk valt onder die zorg. De vertrouwenspersoon is een van de plekken waar dat gedrag een gesprek kan worden voordat het een dossier wordt.
Wat wetsvoorstel 35.592 zou veranderen
Het initiatiefvoorstel wijzigt de Arbowet en voegt een artikel 13a toe: bijstand door vertrouwenspersonen. De werknemer die in de arbeidssituatie is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan zich dan wenden tot een vertrouwenspersoon. De werkgever wijst een of meer werknemers of externe personen aan.
Die laatste zin is de reden dat "externe vertrouwenspersoon" in het voorstel expliciet een uitweg is, vooral voor kleinere organisaties. Intern iedereen kennen is geen bijzaak. Het is de drempel. Het voorstel voorziet daar in: de rol mag extern.
De reikwijdte is, in de tekst zoals de Tweede Kamer die aannam, vooralsnog beperkt tot werkgevers waarbij in de regel ten minste tien werknemers werkzaam zijn. Dat kan later bij algemene maatregel van bestuur wijzigen. De inwerkingtreding zelf is bij koninklijk besluit te bepalen, en mag per categorie werkgevers verschillen. Dat besluit is er niet.
De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid ontving in september 2023 antwoorden van de regering en wacht sindsdien op de nota naar aanleiding van het verslag van de initiatiefnemer. In september 2025 nam het lid Patijn de verdediging over van het lid Maatoug. Het voorstel ligt stil. Wie "binnenkort verplicht" leest, leest een verwachting, geen feit.
Een vertrouwenspersoon is niet wettelijk verplicht. Wat wél verplicht is, is beleid tegen psychosociale arbeidsbelasting. Die twee worden in zoekresultaten te vaak tot één zin samengevoegd.
Klokkenluidersregeling is iets anders
Naast de vraag of een vertrouwenspersoon verplicht is, staat een zoekterm met veel meer volume: klokkenluidersregeling. Die twee worden in HR-gesprekken vaak in één adem genoemd. Het zijn twee sporen.
De Wet bescherming klokkenluiders geldt al. Werkgevers bij wie in de regel ten minste vijftig werknemers werkzaam zijn, stellen een procedure vast voor het melden van een vermoeden van een misstand. Dat is geen voorstel. Dat is wet, voor die groep sinds 17 december 2023 ook in de band van vijftig tot 249 werknemers in de private sector.
Een misstand is iets anders dan ongewenste omgangsvormen. Fraude, een schending van het Unierecht, een gevaar voor de volksgezondheid: dat is het terrein van de klokkenluidersregeling. Pesten, intimidatie, een onveilig team: dat is het terrein van de vertrouwenspersoon. Soms raakt een gesprek beide. Dan is het werk van de vertrouwenspersoon om de melder te helpen zien welk spoor past, niet om de sporen door elkaar te halen.
Wie een klokkenluidersregeling op orde heeft, heeft daarmee nog geen vertrouwenspersoon. Wie een externe vertrouwenspersoon aanwijst, heeft daarmee nog geen meldkanaal voor misstanden. Beide kunnen in één organisatie bestaan. Die twee horen niet dezelfde persoon, hetzelfde mandaat en dezelfde belofte van vertrouwelijkheid te krijgen alsof het één functie is.
Wat organisaties nu al kunnen doen
Wie deze vraag stelt vanuit HR of bestuur, zit zelden te wachten op een jaartal. De nuttige vervolgvraag is smaller: is er voor medewerkers een plek buiten de hiërarchie waar een gesprek kan plaatsvinden zonder dat het meteen een procedure is. En weten zij die plek.
Een externe vertrouwenspersoon is een van de antwoorden op die vraag. Niet omdat de wet het morgen eist, maar omdat de drempel nu al bestaat. Hoe die rol eruitziet, en hoe intern en extern verschillen, staat in wat een externe vertrouwenspersoon voor een organisatie doet.
De wet die er nog niet is, lost de bereikbaarheid niet op. Een aanwijzing op papier ook niet. Wat wel werkt, is dat medewerkers een naam hebben, een manier om te bellen, en het gevoel dat het gesprek daar blijft tot zij zelf anders kiezen.
Als je als lezer beleid aan het herschrijven bent: toets het niet alleen aan het voorstel dat stil ligt. Toets het aan de vraag of iemand in jouw organisatie morgen durft te bellen. Dat is de enige test die de functie moet halen, met of zonder wet.